Woordenboek

Gangbare en biologische landbouw



In de jaren ’50 werd het gemeenschappelijk landbouwbeleid ontwikkeld, een centrale leidraad voor de landbouwers in de Europese Unie. De belangrijkste doelstellingen voor de landbouwsector waren markten stabiliseren en de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard garanderen, voor de consument streefde men een stabiele voedselvoorziening en stabiele prijzen na. Deze doelstellingen worden vandaag nog steeds nagestreefd maar de belangrijkste instrumenten die de beleidsmakers hiervoor gebruiken zijn in de loop van de tijd sterk geëvolueerd.

multifunctionele landbouw

De aandacht voor de meervoudige functies van landbouw werd steeds groter, en heeft geleid tot het uittekenen van het model van de multifunctionele landbouw. In de loop van de jaren is dit model uitgebreid en geëvolueerd, om te komen tot de invulling die het vandaag heeft: de landbouw levert niet alleen een bijdrage aan de voedselvoorziening en het inkomen van de boer, maar ook aan de gezondheid en diversiteit van planten en dieren (biologische omgeving), schoner en veiliger water en lucht, vruchtbaardere grond (fysische omgeving) en armoedebestrijding, stabiliteit van de samenleving op het platteland (socio-economische en politieke omgeving).

Geïntegreerde teelt

Voor de groente- en fruittelers bijvoorbeeld worden middelen ter beschikking gesteld aan de producentenorganisaties om meer marktgericht en vooral milieuvriendelijker te produceren. Respect van het milieu en aandacht voor de kwaliteit van de producten hebben prioritaire aandacht gekregen. In de fruitteelt voerde men bijvoorbeeld de geïntegreerde teelt in. Dit betekent dat de landbouwer milieuvriendelijker gaat telen door een combinatie van biologische en chemische bestrijdingsmethoden. Daardoor wordt het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tot het absolute minimum beperkt. Een voorbeeld hiervan is het inzetten van de sluipwesp of het plaatsen van nestkasten voor roofvogels in de boomgaarden. Deze productiewijze is strikt gereglementeerd en onderworpen aan een streng certificatiesysteem. De producten uit de geïntegreerde teelt zijn onder andere herkenbaar aan het embleem “Groene boog” en de vermelding ”uit milieuvriendelijke teelt”.
Voor groenten en sommige soorten fruit wordt dit nog aangevuld met het Flandrialabel. Dit betekent dat de producten op een milieuvriendelijke manier en op familiebedrijven geproduceerd worden, bovendien zijn de groenten en fruit perfect traceerbaar: van bij de boer tot op het bord.

Ondanks de daling van het aantal bedrijven en landbouwers blijft de productie redelijk stabiel. Vroeger was landbouw zeer arbeidsintensief, nu zijn boeren vaak gespecialiseerd in één bedrijfstak. In Vlaanderen is de tuinbouw sterk ontwikkeld.

Biologische landbouw

In de biologische landbouw blijkt uit cijfers van 2008 dat het aantal producenten en het areaal gelijk blijft ten opzichte van vorige jaren. De vraag naar biologische producten is wel sterk gestegen. Dit kan een verklaring zijn voor de hogere prijs.

De biologische landbouw moet aan zeer strenge voorwaarden voldoen bij het gebruik van meststoffen, pesticiden en grondgebondenheid. Ook productieprocessen, handel en verwerking moeten voldoen aan strenge normen. Biologische landbouwers mogen geen genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s) gebruiken, ook preventieve geneesmiddelen zoals antibiotica zijn verboden. Zij gebruiken ook geen synthetische stoffen.
Producten uit de biologische landbouw kan men herkennen aan een label, voor België is dit het ‘Biogarantielabel’. Het label ‘Ecogarantie’ geeft aan dat producten ingrediënten bevatten van biologische of minerale oorsprong. Het kan bijvoorbeeld gaan om cosmetica of wasproducten.

Terug